De aanloop naar Plaza Argentina (basiskamp)
Woensdag 24 januari begon de expeditie echt. Na wat aanloopproblemen wat het vervoer betreft begonnen we tegen 12 uur
met de tocht naar Pampa de Lenas. We waren die dag voor onze begrippen laat opgestaan (8.30 uur) en het karige
ontbijt was pas vanaf 9.30 uur. Daarna nog even pakken en wachten op het vervoer naar het beginpunt van de trekking: Punta de Vacas.
Het was warm, de zon brandde op onze hoofden en ruggen, hij stond immers vrijwel loodrecht boven ons. Het parcours
van deze dag was globaal gezien vrij vlak, maar er zaten heel wat hobbels in. Halverwegen de middag werden we
ingehaald door een flinke groep muilezels, die het leeuwendeel van onze bagage op hun rug hadden. Om 17.30 uur
arriveerden we in Pamp de Lenas, een relatief vlak deel van het dal, waar enkele grotere tenten stonden opgesteld
(koken en eten) en waar onze slaaptentjes werden uitgedeeld. Kwalitatief goede tenten van North Face, die veel
voor dergelijke expedities worden gebruikt. We zitten op 2800 meter, hebben 450 meter geklommen en zijn een kleine 6 uur onderweg geweest.
Na het avondmaal gaan we vroeg naar bed.
ons tentenkamp bij Casa de Piedras (3200 m), met Alvaro op de voorgrond

Donderdag breken we om 8 uur de tenten op, ontbijten en beginnen aan een lange trektocht. We moeten 22 km overbruggen en
stijgen naar 3200 meter. Het tempo ligt vrij hoog en daardoor lukt het ons om in ca. 6.30 uur bij Casa de Piedras aan te
komen. De naam lijkt heel wat, maar het is een kale vlakte met een riviertje waar een harde wind staat. De tenten moeten
nu met flinke rotsblokken verankerd worden. Vlak voor het bereiken van dit tweede kamp werpen we de eerste blik op de
Aconcagua. Door een zijdal is hij even zichtbaar: een donkere, dreigende berg met veel bewolking rond de top. Op de top
staat een harde wind. Geen prettig gezicht.
ook bij Casa de Piedras: de barbecue, bereid door de muilezeldrijvers
´s Avonds aten we geroosterde stukken vlees, bereid door de muilezeldrijvers. Als je rond de slechte stukken at, smaakte het heerlijk.
Door de hitte drinken we veel. Dagelijks wel zo´n 4 tot 5 liter.
Paul en Dré de Wit worden per muilezel over de rivier gebracht
Vrijdag beloofde een zware, lange dag te worden en dat klopte. Het begon leuk met een overtocht per muilezel over de rivier.
Daarna begon al vrij gauw een klim over een lastig bergpad, waar we ook nog eens regelmatig gepasseerd werden door muilezels.
De eerste klim was zo´n 500 meter en daarna vlakte het parcours wat af, maar bleef stijgen. We moesten die dag 1000 meter stijgen.
Halverwege moesten we nog een keer de beek over, maar nu zonder muilezels. Dat betekent broek uit, sandalen aan en het koude
water van de sterke stroom in. Over stenen je weg zoeken. Achteraf best lekker, zo waren de voeten weer even opgefrist.
De middag was achteraf gezien best zwaar, met name voor Ben, die al wat last van de hoogte begon te krijgen.
Onderweg vertelden tegenliggers ons vrolijke berichten over tenten die van het basiskamp waren weggeblazen,
met bagage en al (dan is de expeditie dus over). Er waren 5 tenten van het basiskamp weggeblazen en een
paar van kamp 1. Ook vertelden zij dat er veel sneeuw lag.
Bij aankomst in het basiskamp (16 uur) wachten ons een aantal verrassingen: ten eerste de hartelijke ontvangst
door de INKA-staf met drankjes en hapjes in onze eigen eettent en daarna een verplicht bezoek aan de kamparts,
die bloeddruk, zuurstofgehalte en longen aan een controle onderwierp (gezellig allemaal bij elkaar in een hutje
met een deur die elk moment kon omvallen).
Daarna moesten we de tenten opzetten (EN HEEL GOED VERANKEREN) . De wind blaast geregeld heel hard door het kamp.
We eten soep en lasagna, krijgen het geleidelijk koud en gaan om 21.30 uur naar bed.
De volgende dag is een rustdag, bedoeld om te acclimatiseren. En dat oen we dan ook: lezen, schrijven,
liggen, wandelingetje, gesprekken over de komende dagen en natuurlijk lekker eten (hoewel, Ben vond die
kip er erg lekker uit zien (en dat was hij vast ook) maar kreeg hem niet naar binnen: opmerkelijk!)
´s Middags begint het te sneeuwen en dat gaat enkele uren door. Het kamp verandert totaal van aanzien.
Terug in Mendoza
Het uitzicht op de ongenaakbare zuidwand van de Aconcagua is fantastisch. De helikopter vliegt over een
hoge col vanaf Plaza Argentina (basiskamp) naar de zuidzijde van de berg, waar wij (Els en ik) straks in het dal zullen worden afgezet.
Ik maak een paar foto´s van de berg. Gids Herman (Hernandez) had gevraagd of ik hem een foto van de zuidwand wilde opsturen. Voor hem doe
ik alles. Hij heeft mij gisteren "gered".
Na terugkeer van een zware tocht zondag naar kamp 1 heeft de arts, die permanent in het basiskamp aanwezig is, in overleg met de gidsen
besloten dat ik niet meer mee mag de berg op en - sterker nog - zo gauw mogelijk moet afdalen naar het dal. En dat gaat per helikopter.
Een langer verblijf op deze hoogte (4200 m) was voor mij niet verantwoord. De hele zondagavond en maandagmorgen vroeg (5.30 uur, 6.30 uur)
heeft de dokter mij gecontroleerd. De symptomen van hoogteziekte zijn duidelijk: uitgeput en een te laag zuurstofgehalte in mijn hemoglobine
(als ik het goed heb begrepen - waar de anderen een score tussen 80 en 90 hebben, zit ik tussen de 65 en 75).
Els besloot met mij mee te gaan.
Zuidzijde van de Aconcagua
Ben bij de dokter (eerste check in het basiskamp vrijdag)
Bij ons vertrek werden wij uitgezwaaid door Harry, Paul, Dré en Alex, die het er duidelijk ook moeilijk mee hadden dat wij vertrokken.
Zij maken het goed, hoewel de zware tocht van zondag hen ook niet in de kouwe kleren is gaan zitten. Hun gezondheid is goed en hierbij
brengen wij hun beste groeten aan het thuisfront over.
Het was een zware dag zondag, toen wij materiaal gingen overbrengen naar kamp 1 op 5000 meter. Het was prachtig zonnig weer, maar Paki
(hoofdgids Gabriël) had gewaarschuwd dat het boven heel wat kouder zou kunen zijn, dus we gingen goed ingepakt op pad. We moesten 800 meter
hoogteverschil overbruggen, op zich te doen, maar als je al boven de 4000 zit, is dat geen peuleschil, vooral niet met een zware rugzak (16-18 kg).
Het tempo was lekker, met Paki aan kop, maar na enkele uren klimmen werd mijn vrees bewaarheid. Het ging de laatste dagen al niet zo
lekker, ook de laatste uren vrijdag naar Plaza Argentina waren zwaar geweest. Ik hoopte toen nog dat de rustdag (zaterdag) mij goed zou doen,
maar nu werd duidelijk dat ik niet hersteld was.
Het basiskamp zaterdagmiddag, na een sneeuwbui (op de voorgrond
de
tent van Els en Ben, op de achtergrond de keukentent en de eettent)
Toen we na zo´n drie uur gingen lunchen, was ik eerst nauwelijks in staat een hap naar binnen te krijgen en het half uur pauze was mij veel
te kort. Ik probeerde in een lager tempo gestaag door te gaan, wat een uur lang ook lukte. Letterlijk voetje voor voetje omhoog (wat met
maat 50 best nog flinke stappen zijn) kon ik nog lang volhouden.
De meeste teamgenoten waren al ver vooruit, alleen Els bleef nog lang bij me, gevolgd door gids Dario. De helling werd steeds zwaarder,
de laatste ca. 300 meter (hoogtemeters) naar kamp 1 gingen over een ijzig en instabiel gedeelte van de gletsjer (ijs met met los gruis
en stenen erop). Twee stappen omhoog en gelijk één omlaag glijden: dodelijk vermoeiend. Maar ik had mij voorgenomen kamp 1 te halen en
morgen de rustdag in het basiskamp goed te gebruiken. Ik deed 5 stappen en rustte dan een halve minuut uit en weer 5 stappen en ... Na
verloop van tijd zei ik tegen Els dat ze maar verder moest gaan, ik zou wel volgen. Geleidelijk aan verdween Els net als de anderen
ook uit beeld.
Alleen Dario was er nog. Hij had al eens aangeboden mijn zware voedselpakket over te nemen. Dat had ik eerst geweigerd, maar nu
accepteerde ik het alsnog. De rugzak voelde inderdaad veel lichter aan, maar het maakte niet meer uit. Drie stapjes, uitrusten,
twee stapjes, ...
Ik vertelde Dario dat ik echt niet meer kon en dat ik wel zou wachten tot de groep zou gaan afdalen. Hij vond het niet leuk mij
achter te laten, maar zag ook geen andere mogelijkheid. Ik beloofde hem op die plek te blijven zitten.
Tijdens de tocht naar kamp 1 (rechts de "penitentes", de
karakteristieke ijsformaties op de gletsjer)
Na een half uur kreeg ik het behoorlijk koud, het woei af en toe flink en er viel wat sneeuw. Ik nam mijzelf voor nog maximaal
een half uur te wachten en dan zelf te gaan afdalen. Af en toe kwam een groepje afdalers 10 meter boven mij langs (het afdaalpad lag hoger dan het
klimpad) en ik haalde mij in het hoofd dat ze al lang waren afgedaald en mij over het hoofd hadden gezien.
Gelukkig was dat niet het geval. Na nog eens tien minuten riep Paki naar me dat ik naar het afdaalpad moest traverseren en dan moest volgen.
Gek genoeg ging dat afdalen eerst best lekker. Over zo´n gruishelling met grote stappen - denk maar aan het van een duin afrennen met je
hakken in het zand - is toch al een favoriete sport van mij. Plotseling realiseerde ik mij dat ik Els nog niet gezien had.
Ik keek achterom en inderdaad, geen spoor van Els in de groep. Ik besloot te wachten. Gelukkig kwam zij er gauw aan, begeleid door Dario.
En verder daalden wij af. Al gauw merkte ik dat ik doodop was. Ik had mijn energie van die dag verbruikt en moest nog 700
meter afdalen over zeer lastig terrein. De groep had even op ons gewacht - Paki dacht dat wij een verkeerd pad hadden gekozen - en daarna bleef Herman bij ons.
(Wordt Vervolgd)
Terug in Mendoza (Vervolg Els)
In kamp 1 begint het hard te waaien en al een beetje te sneeuwen. De gidsen vinden dat we snel moeten afdalen, maar ik zie nog steeds geen teken van Ben.
Ik ben bang dat hij kamp 1 niet haalt. Dat blijkt al gauw in de afdaling, ik zie hem in de verte staan.
Hij kwam tot 4915 meter en toen ging het lichtje uit. Gids Dario heeft het voedsel- en brandstofpakket dat Ben bij zich droeg naar het kamp gebracht en Ben op het hart gedrukt te blijven zitten waar hij zat.
Op zo´n puinhelling is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de stenen waarop je zit glijden steeds weg.
Ben werd daar al snel koud. Toen hij daar zo´n 40 minuten gezeten had kwamen de eersten van onze groep de helling afglijden en kon Ben aansluiten.
Zo moeilijk als het was om op die helling omhoog te gaan, zo gemakkelijk was het om er langs af te dalen.
Met diep gebogen knieën, je hakken in het puin, glij je geconcentreerd naar beneden.
Dit soort hellingen kom je in de Alpen ook regelmatig tegen, daar heb ik intussen wel wat ervaring mee opgedaan.
Halverwege mijn afdaling (over die puinhelling) voegde Ben zich weer bij mij. Ook met afdalen had hij de grootste moeite, terwijl hij daar in de Alpen nooit een probleem mee heeft.
Onderaan deze ca. 300 meter hoge puinhelling werd het terrein wat stabieler en ik hoopte dat Ben zich al weer wat beter zou voelen, maar de rest van de afdaling werd voor Ben een martelgang.
Telkens als het pad weer iets omhoog liep werd hij helemaal gevloerd.
Gids Herman liep voorop, daarna volgde Ben en ik liep daarachter om Ben in de gaten te houden.
Ik genoot van het afdalen en van de omgeving, maar ik moest mijn aandacht steeds meer op Ben richten.
Regelmatig liep hij wat te zwalken en stopte steeds vaker om te rusten.
Hij werd slaperig en het was zaak hem bij de les te houden.
Toen we op ca. 4500 m zaten kwam er nog een steile afdaling over smalle gruispaadjes waar je al je aandacht voor nodig had.
De paadjes liepen over steile, instabiele gruishellingen.
Op een lastig stuk ging Herman naast het pad staan om Ben, die dreigde te gaan glijden, te helpen.
Maar in plaats van Ben gleed Herman uit.
Gelukkig wist hij zich een aantal meters lager weer staande te houden.
Je voelt je erg ongelukkig op zo´n moment en kunt niets voor hem doen.
Ben werd heel emotioneel, wilde proberen Herman te helpen, maar Herman gebood hem te blijven waar hij was.
Die zag de ramp al gebeuren, dan waren er twee slachtoffers.
Gelukkig kwam Herman op eigen kracht weer terug op het pad en een stukje verderop, waar de helling weer wat stabieler was, daalde hij af om één van zijn stokken - die hij bij de val verloren had - weer op te halen. Al met al had het heel wat voeten in de aarde en de rest van de tocht naar basecamp moesten we Ben heel goed in de gaten houden.
Een uur na de anderen arriveerden we uiteindelijk in basecamp.
Ben werd gelijk door de arts - die permanent in basecamp aanwezig is - gecontroleerd.
Zijn zuurstofwaarden waren veel te laag en de rest van de avond werd hij nog een aantal keren gecontroleerd.
De arts en de gidsen maakten zich zorgen over zijn gezondheid.
Verdere voortzetting van de tocht was niet meer mogelijk.
Ik hoopte nog stilletjes dat de rustdag morgen hem goed zou doen en we dan alsnog naar boven zouden kunnen.
Ik voelde me kiplekker en had de ´drive´ verder omhoog te gaan.
Ik besluit echter bij Ben te blijven.
We zijn nog zeker 6 dagen van de top en dan nog een paar dagen voordat we weer in de bewoonde wereld terugkomen.
Dat duurt bij elkaar veel te lang en ik maak me zorgen.
Een grote teleurstelling, ik probeer me goed te houden.
Enerzijds maak ik me grote zorgen om Ben, anderzijds wil ik zo graag verder omhoog.
Nadat Ben om 11 uur ´s avonds nog een keer is gecontroleerd, komt de dokter om 5.30 uur ´s morgens naar onze tent voor nog een controle.
Hij is niet tevreden en een uur later moet Ben naar de keukentent komen om nogmaals te worden gecontroleerd.
Van het kleine stukje lopen naar de keukentent is Ben volkomen uitgeteld.
Het duurt een paar minuten voordat hij zijn ademhaling weer onder controle heeft.
Daar valt de beslissing: afdalen en wel zo snel mogelijk. Dat kan in dit gebied alleen maar per helikopter.
Lopend afdalen duurt veel te lang (enkele dagen). Deze beslissing werd om 6.45 uur genomen en de helikopter zou om 7.30 uur arriveren.
Gelukkig kon ik mee, maar allebei met weinig bagage. Ik pak snel de meest noodzakelijke spullen in, de rest moeten we laten liggen.
De gidsen zullen onze tent afbreken en de achtergebleven bagage inpakken. Die wordt de komende dagen per muilezel naar het dal vervoerd.
Voordat duidelijk was dat ik met de helikopter mee mocht werd gesuggereerd dat ik per muilezel zou afdalen.
Dat zou dan een dag duren. Lopend afdalen samen met een gids een paar dagen.
Maar ik zag het echt niet zitten, een hele dag op een muilezel, vaak langs steile bergpaadjes.
Voor mij was de overtocht op zo´n dier over de beek - wat we een aantal dagen hadden gedaan - al lang genoeg.
Ik had toen al mijn energie nodig om op dat beest te blijven zitten.
Gelukkig mocht ik mee met de helikopter, dat kostte wel $ 500. Ben hoefde niets te betalen, dat ging op bevel van de dokter (en werd gefinancierd uit de ´permits´ die we eerder allemaal moesten kopen).
Ik zit in de helikopter en zwaai naar de jongens die achterblijven.
Door mijn tranen heen kijk ik naar het kleiner wordende basecamp.
terwijl we steeds hoger vliegen om een pas over te gaan; we zitten al gauw op zo´n 5000 m hoogte en heel veel hoger kan een helikopter niet komen vanwege de ijle lucht.
Herman zei me bij het afscheid nog foto´s te maken en vooral te genieten en dat doe ik dan maar.
De groep zwaait ons uit
Het uitzicht op de Aconcagua is prachtig en ik denk "jij bent echt niet de laatste hoge berg voor mij".
Ik ben blij in ieder geval tot 5000 meter te zijn gekomen en op die manier toch al een stukje van deze berg heb mogen proeven.
Ik hoop erg dat de "guys", zoals gids Paki ons noemde, heel ver zullen komen.
Naar Boven
Aanloop naar de top
Nadat mijn tentmaat Alex in kamp 1 besluit 'om het voor gezien te houden' deel ik mijn tent met Mark uit Canada.
Ook zijn tentmaat, Alvaro uit Venezuela, vindt kamp 1 namelijk hoog en koud genoeg en gaat terug.
Mark is zeer gedreven omdat hij de vorige keer tot 80 meter onder de top is gekomen en nu ook dat laatste
stukje wil doen. Al snel blijkt dat we het over veel dingen eens zijn. De gidsen brengen wijzigingen aan
in het standaardprogramma en die wijzigingen zijn niet gunstig. Zoals van kamp 1 naar kamp 1½ in plaats
van naar 2; omdat dat te zwaar is voor de groep. Niet naar kamp 3 maar direct van kamp 2 de top beklimmen
omdat overnachten in kamp 3 geen rust geeft. Rustdagen in lage kampen in plaats van herstel in kamp 2 of 3.
Het lijkt wel of de gidsen niet omhoog willen.
De weersvooruitzichten, de volgende dag goed en erna slechter, zorgen ervoor dat we laat op de dag toch van
kamp 1½ naar 2 verhuizen. Daar aangekomen krijgen we tijdens een gierende wind te horen 'als het niet waait
staan we om vier uur op voor de top en anders slapen we door'. Als door een wonder is het om één uur windstil.
"Waarop wachten we?", verzuchten Mark en ik. Pas om vijf uur, na een droge cake als ontbijt, vertrekken we voor de toppoging.
Nadat Paul al uit zichzelf is teruggegaan, krijgen Richard en Ron -na 3½ uur lopen- ter hoogte van kamp 3 te
horen dat ze moeten omkeren; ze blijven te ver achter. Zo blijven Dré, Mark en ik over.
Samen met gids Paki lopen we gestaag door. We zijn niet vroeg, maar de schuinte van de berg zorgt ervoor dat
we toch flink omhoog gaan. Gids Dario brengt Ron en Richard terug naar kamp 2 en sluit vervolgens weer bij
ons aan. Elk uur vraagt Paki om een cijfer te geven over hoe we ons voelen. Ik geef mezelf steeds het hoogste
cijfer van ons drieën (7) en voel me goed.
Kort voor een traverse (oversteek) op een schuine en diepe helling moeten we weer cijfers geven. Paki geeft
me te kennen dat hij en Dario het niet eens zijn met mijn hoge cijfer. Ze vinden dat ze vermoeidheid zien
in mijn stap. Mag dat na 8 uur bergop? Hun dringend advies (later uitgesproken als hun besluit) is om niet
verder te gaan. De traverse overgaan is best nog te doen, daarna ga je echter tot de top en terug. Bij elkaar
kost het volgens hun zoveel energie dat aansluitend weer de traverse nemen een risico oplevert. Een risico
zo groot dat ik dat niet moet willen nemen. Dré kan mijn gesprek over risico niet erg plaatsen; we willen
toch naar boven en daar hoort die traverse bij. Ik sta echter tegenover twee gidsen die willen dat ik naar beneden ga!
Harry van Eldik, kamp 2 (5850 m)
Ik heb geen keuze. Na te zijn bijgekomen van mijn uitsluiting begin ik met gids Dario te dalen. Dré en
Mark stijgen door. Enigszins ontredderd kom ik na 11 uur lopen weer in kamp 2, waar anderen me opbeuren
met '6500 m is toch een mooi resultaat' en 'op de top heb je echt niet meer uitzicht'. De warme woorden
helpen maar matig. Een top beklimmen doe je om de top te halen en dat is niet gebeurd.
Diep in de avond keren Dré en Mark terug van hun succesvolle onderneming. Vooral Dré is tot het uiterste
gegaan en moet de volgende dag door maar liefst twee gidsen naar het basiskamp worden begeleid. Maar hij
stond wel op de top! Ook de dagen daarna knaagt het bij mij: 'als Dario niet achter ons aan was gekomen -en
er dus geen tweede gids bij was- zouden we vast niet 'als groep' zijn omgekeerd. Waarom zijn we niet eerder
gestart zodat een rustmoment kon worden ingebouwd? Waarom niet gestart vanuit kamp 3? Het overbruggen van
800 hoogtemeters tot de top is gemakkelijker dan 1200 m. Alleen berusting helpt ….
In het basiskamp moet Dré zich onder doktersbehandeling stellen en kan niet met ons mee teruglopen en gaat
per ezel. De oorspronkelijke groep is door alle uitval inmiddels tot vijf deelnemers uitgedund.
We verbruiken vervolgens onze laatste krachten door in twee dagen van het basiskamp op 4200 m naar de
uitgang van het park op 2600 m te dalen. Een afstand van 52 km.
Een internationaal gezelschap, afgesloten van de wereld, kou, wind, afzien, je doel niet halen en
toch geen onvertogen woord. Een avontuur op zich en de uitdaging blijft ….
Harry van Eldik
De Top
Vanavond, woensdag 6 februari, keerde de expeditie terug in Mendoza.
Van de zes expeditieleden die nog waren overgebleven hebben uiteindelijk
twee de top bereikt: Dré en Mark (Canada). We startten oorspronkelijk met
twaalf. Eén van de twaalf ging wegens een knieblessure niet mee, Ben en
Els stapten uit vanwege de hoogteziekte van Ben. Alex, Alvaro en Chris
zagen het na kamp 1 niet meer zitten, zodat Paul en Dré, Harry, Rick, Mark
en Ron met zijn zessen overbleven, uiteraard samen met de gidsen Paki, Herman en Dario.
Afgelopen zondag bereikten Dré en Mark na een klim van 12 uur de top, waarna zij
nog 5 uur nodig hadden om terug te keren naar kamp 2. Kamp 2 inderdaad, omdat het
oorspronkelijke plan van kamp 1 t/m 3 was vervangen door kamp 1, kamp 1 1/2 en
kamp 2. De weersomstandigheden waren slecht. Er lag veel sneeuw, het stormde
regelmatig en tijdens de topdag moesten de klimmers door kniediepe sneeuw omhoog.
De gidsen vertelden dan ook dat deze route (via Valle de Vacas) veel zwaarder is
dan de normaalroute via Plaza de Mulas.
Dré en Mark behaalden dus de top (6962 meter). Harry keerde op ca. 6500 meter om
en Paul op ca. 5900 meter. Rick en Ron haalden een vergelijkbare hoogte als Paul.
Met name Dré had een zware afdaling, uitmondend in eerstgraadsbevriezingen aan zijn
tenen. Daarom maakte hij de terugtocht van Plaza Argentina naar Punta de Vacas per muilezel.
Verhaal Aconcagua van Paul
Na 15 dagen in een klein The North Face tentje gebivakkeerd te hebben, is het ook weer geweldig om
in Mendoza terug te zijn ! In dat tentje hebben we heel wat uren doorgebracht, in stormen [ hopenlijk
blijft hij staan ], in sneeuwstormen [ uitgraven ], hitte [ als de zon er op staat ], hopenlijk hoef
ik er nu niet uit [ plasfles vol !! ] etc. etc. De kampen op 5400m. en 5800 m. waren pittig, vooral
het kamp op 5800m. was stormachtig en ijskoud, de volgende dag was de geplande toppoging, maar de storm
gooide roet in het eten! Om 01.00 was het plotseling windstil !!! en om 02.30 stonden we op voor het
ontbijt.
Het werd toch nog 04.45 u.voor we vertrokken.
In het donker in een ijzige kou die Gamaschen en stijgijzers aanbinden valt niet mee!!
We waren trouwens nog maar met 6 man [ van de 12 ], dus overzichtelijk werd het wel !!
Alle voorgaande dagen ging ik goed mee met "goede benen", maar uitgerekend deze dag had
ik papbenen, ik voelde het al snel en de 6000 m. heb ik niet eens gehaald ! , jammer maar
het is niet anders. Wel mijn persoonlijk record gebroken. Wat ik in de loop van de dag naar beneden zag
komen stemde mij niet echt vrolijk!! Een Zwitser moest bv 50 m. onder de top omkeren en anderen op 100 m. ,
of op dringend advies van de gidsen direkt afdalen. Dré, mijn broer en Marc, een Canadees hebben de top
gehaald, Dré kwam na 17 uur[ !! ] terug in het kamp en was niet geheel fris meer.....
De afgelopen 6 dagen hebben we veel gelopen en afgedaald, dus nogmaals; Mendoza is heerlijk..................
Het gaat weer goed met mij.......
Saludos y besos
Hasta pronto
Paul
Verhaal Aconcagua van Dré
Aankomst kamp 2, met de tent op schoot, maar nog geen fut om
hem op te zetten.

Wegens hevige storm zijn we zaterdag 3 febr. pas laat vertrokken naar
kamp 2 op 5800 m. Ons hoogste kamp, iets lager dan we gepland hadden.
Maar het voordeel is dat je op deze hoogte beter slaapt, het nadeel is
dat je op de topdag langer moet stijgen. Bij aankomst weer sneeuwstorm,
behoorlijk moe. In de sneeuwstorm tent opgezet m.b.v. gids Dario.
Zonder hem zou ik instorten. 17 u. klaar met installeren en gelijk
mijn superwarme slaapzak ingedoken. 2x geslapen.
20.30 u. Soep met rijst. Vreselijke storm, vreselijk koud. Temp. -20 ,
windchill is - 35gr. C. Alles wat nat is bevriest in de tent. Nu moed
verzamelen om volle plasfles om de hoek van de tent leeg te gieten.
Schema voor de komende nacht: als het blijft stormen doen we niets.
Bij minder wind: 2.30 u. opstaan, 3 u. ontbijt, 4u. vertrek.
Ik word wakker om 1 u. Het is windstil, dat betekent dus vertrekken
voor de topdag. Paul had zijn wekker per vergissing nog een 1/2 uur
vroeger gezet. Dus we konden rustig aankleden. We zouden havermout
krijgen, dan weer niet, dan weer wel, tenslotte werd het een homp ouwe
cake. Paul en ik hebben nog wel soep gemaakt. We vertrokken pas om 5 u.
Na 1 uur lopen gaf Paul het op wegens slappe benen. Na een paar flinke
klimmen raadde Paki, onze hoofdgids, Rick en Ron aan terug te keren met
gids Dario. Onze 3e gids Hernan was al teruggekeerd wegens een
bloedneus. Iets verderop zag Harry het ook niet meer zitten en ging alleen terug.
Over: Mark de Canadees, hoofdgids Paki en ik.
Het stuk voor de beruchte Canaleta en de Canaleta zelf, een steile
couloir, waren erg zwaar, maar opeens zie je toch de top voor je en de
route ernaar toe.
De top (6962 m)

Ik twijfelde geen moment dat ik het niet zou halen. Hoewel er ook
momenten waren die ik me niet goed meer kon herinneren. Dus ik was af
en toe afwezig, denk ik. Beetje wazige momenten van blik op oneindig.
Bij ´n rots ruim 50 m. onder de top staan we stil en zegt Paki tegen
Mark: Ga maar door naar de top. Daarna vraagt Paki aan mij: Ben je
helder? Ik zeg dat ik er klaar voor ben. Hij test mij door te vragen:
zie je die berg en die berg (schuin achter mij) Ik draai mij helemaal
om zonder te wankelen en zeg ja. Hij vertelt me dat ik een wat onzekere tred heb door af en toe een
stap opzij of naar achteren te doen. Ik vertel hem dat ik me uitstekend voel en dat ik zo in een ruk,
alleen naar boven kan lopen.
Ik dacht, weer dat gezeur over het volgen van Paki´s ritme, net als
zaterdag. Omdat hij elke keer 2 zeer langzame stappen omhoog zet en dan
stopt, moet ik ´n stap opzij of terugzetten.Pakki gaat nu verder met mij,
ik heb hem kennelijk overtuigd dat het
goed met me gaat. Ik besluit me zeer goed te concentreren op de stappen
die ik neem, zodat hij geen twijfels heeft. Maar achter Paki die elke
keer omkijkt om mijn passen te controleren, valt dat toch niet mee.
Bij het steilste stuk, vlak onder de top, dreig ik toch weer een stap
naar achteren te vallen. Paki grijpt mijn jas en sleurt me dat stuk
omhoog.
Het laatste stuk is makkelijk en ik loop zo het brede topplateau op.
Iets verderop zie ik Mark zitten. Ik ga eerst even op een andere rots
zitten uitrusten. Ik zie Paki naar weer een andere rots lopen en daar
gaan zitten kotsen.
Het is 5 uur s´middags. In 12 uur naar de top. Ik stap naar Mark om
hem te feliciteren. Hij ziet er geemotioneerd uit, maar zeer gelukkig.
Een jaar eerder moest hij op 6800 m.omkeren. Dan komt Paki er ook bij
en feliciteren we elkaar.
Nu nog even de fotosessie. Maar het Noorse meisje, wiens handschoenen
ik gevonden had ( zonder die handschoenen had ze de top natuurlijk
nooit gehaald) blijft het kruisbeeld op de top omhelzen. Ik zie het
kistje naast het beeld, waar een boek in zou zitten om je naam in te
zetten. Ik heb niet voor niks een pen en een potloodje meegenomen. Ik
open het kistje en haal het boek eruit, maar het is een leesboek. Ik
leg het boek terug en we kunnen foto´s nemen.
Om 1/2 6 s´middags gaan we terug. Het is echt een superdag, windstil
en zonnig.
Bij de afdaling besluit Paki om mij aan het touw te houden. Ik heb
stijve bovenbeenspieren. We hebben nog nauwelijks afdalingen getraind.
Bij de Canaleta halen we onze overbodige spullen op die we daar hadden
achtergelaten.
Dré op de top met Paki

Af en toe val ik, bij kuilen in de sneeuw of andere oneffenheden. Mijn
stijve spieren kunnen de evenwichtsverstoringen moeilijk opvangen.
Om kwart voor tien s´avonds komen we in het donker in kamp 2 aan. Ik
krijg soep in de tent van de gidsen waar ze ook mijn stijgijzers en
schoenen uittrekken. Hier hoor ik dat in de storm van de vorige nacht
de eerste dode van dit seizoen op de Aconcagua is gevallen. Een jongen
van 25 jaar die elke hulp weigerde en zelfs agressief reageerde op hulp
van gidsen. Op mijn natte sokken loop ik naar mijn eigen tent, waar
Paul en ik nog een keer soep gaan zetten. Dan trek ik mijn sokken uit.
Mijn voeten zijn ijs en ijskoud. Mijn superslaapzak moet zoals
gewoonlijk redding brengen.
Dré
Afdaling van maandag en dinsdag (Dré)
De ochtend na de topdag constateert Paul dat mijn schoenen vol met ijs
zitten en totaal bevroren zijn. Met onze kampeermessen hakken we
zoveel mogelijk ijs eruit en ik doe de tent potdicht om de zon de kans
te geven de boel flink op te warmen en zoveel mogelijk ijs weg te
krijgen. Paul loopt buiten te ijsberen en vindt dat het allemaal veel
te langzaam gaat.
Paki komt nog even naar mijn voeten kijken: 1e gr.
bevriezingsverschijnselen, maar er zit nog gevoel in. Is na 10 dagen
over. Ik duw en trek me in mijn schoenen. Nog even de tent afbreken en
we kunnen afdalen naar Basecamp op 4200 m.
Doordat ik nog steeds stijve spieren heb krijg ik 2 gidsen mee. Bij
kamp 1 1/2 en kamp 1 wordt op ons gewacht, zodat we gezamenlijk kunnen
eten.
Bij elk kamp moet ons afval en overgebleven etenswaren worden
opgehaald, zodat onze rugzak zwaarder en zwaarder wordt. Gelukkig
hadden we op de heenweg al de afspraak met een drager gemaakt dat hij
onze shit en overig afval van kamp 1 naar beneden zou brengen. Wel voor
10 dollar de man.
Bij kamp 1 neemt Harry mijn portie overgebleven etenswaren mee. Erg
aardig van hem.
Het zwaarste stuk gaat nu beginnen. Langs de Penitentes. Veel
glijwerk. Als ik mijn benen dwarszet, dus 90 gr gedraaid, gaat het
beter.
Kiezen mijn gidsen voor een andere route of zijn ze de weg kwijt? We
zitten nog steeds aan de linkerkant van het dal. We klimmen al hoger
het gebergte weer in. Voor mijn spieren wel lekker, want omhoog voel ik
geen centje pijn.
Maar aan de andere kant van het dal zie ik onze route en daar tussen
een wilde rivier. De gidsen hebbbben het ook eindelijk door, duiken
naar beneden, steken de rivier over en schuin klimmen we weer omhoog om
zo bij de goede route uit te komen richting basecamp. Ik heb het gevoel
dat ik er 2 uur langer over heb gedaan, maar de anderen waren nog maar
70 min. binnen. Ik had de tent bij me. Dus eerst eten en pas daarna
tent opzetten. Geen prettig vooruitzicht.
Heerlijk gegeten. Inka pakte uit. Soep, voorgerecht, hoofdgerecht,
toetje, wijn en champagne.
Veel discussie over de volgende dag. Iedereen wilde gelijk door. Ik
kon geen stap meer verzetten en wilde onze extra dag als rustdag
gebruiken, desnoods alleen zodat de anderen door konden gaan.
Paki zei: We zien morgenochtend wel bij het ontbijt.
Degenen die geen zin meer hadden om hun tent op te zetten, konden in
de eettent slapen. Paul en ik wilden in onze eigen tent slapen. Paul
offerde zich weer op door het meeste werk te verzetten. De goeierd.
Natuurlijk weer goed geslapen.
Bij het opstaan dinsdag, tenen geinspecteerd. Bij rechter grote teen
kwam veel pus uit. Pleister opgedaan. Eerst ontbijten. Daarna met Paki
naar de dokter. Zag er niet goed uit, zei hij. Linker grote teen idem
dito, maar milder.
Aftocht per muilezel door de Vacas valley

Grote tenen waren geinfecteerd door constante druk op de nagels
tijdens het lopen. Rechter nagel moest er helemaal af. Linker nagel
voor 1/3. Volgde een 2 uur durende operatie. Ik met mijn voet in een
badje met allerlei middelen. De dokter zittend op de grond. En maar
gieten,spuiten en met een nijptang proberen mijn nagel er af te
trekken.
M´n linker nagel met behulp van Paul z´n Swiss army schaartje en een
chirurgisch mesje zonder houder. Allemaal gelukt.
Maar hij raadde zeer sterk af om te lopen vandaag met deze tenen. Dit
was voor Paki het sein om een muilezel te gaan regelen. Ik baalde wel
om de tocht niet af te kunnen maken. Maar eigenlijk was het voor mij de
mooiste beslissing die je kon bedenken.
Ik had niet alleen last van mijn tenen, maar door mijn stijve
bovenbeenspieren kon ik geen poot meer verzetten. Ik wilde niet voor
niks een rustdag. Vandaag zou ik het kamp Pampa de Lenas nooit halen.
Nu zou ik in een keer van alle problemen verlost zijn door in 1 dag,
op de rug van een muilezel, vervoerd te worden van Basecamp naar
Penitentes. Dus hotel, diner, douche etc.. ontbijt!
Het was uniek om zo´n tocht van 60 km. mee te maken. We vertrokken om
13.30 u. Om 4 u. s´middags zag ik Rick de Amerikaan als laatste de
rivier oversteken bij Casa de Piedras. Ik riep nog naar hem, maar hij
was te ver weg. De karavaan van 13 muilezels volgde vaak een andere
route.
Ik had met de anderen te doen. Het langste deel moest nog komen, zeker
20 km. Als ze pas om 4 u. de rivier overstaken, betekende dat, dat ze
niet voor 9 u. s´avonds zouden aankomen.
Voor mij was het een vakantietocht, lichamelijk niet zwaar. Al mijn
problemen waren verdwenen.
Het had geen zin om je zorgen te maken over je veiligheid. De ezels
gingen langs de diepste ravijnen. Gleden de steilste hellingen af en
klommen weer nog steilere hellingen op. Traverseerden gruishellingen
over paadjes van 15 cm. breed.
En als je dan tijdens zo´n monsterafdaling door de canyon allerlei
rotsblokken zag liggen, waar dat beest omheen of overheen moest, dan
vroeg je je af waarom er geen ¨ dag van de muilezel ¨ wordt
uitgeroepen. Het laatste half uur liepen we zelfs in het donker over
dit soort paadjes met afgronden.
Om 10 u s´avonds was ik in het hotel in Penitentes.
De volgende dag, woensdag, loop ik regelmatig naar buiten om naar de
anderen uit te kijken en ze op te vangen.
Tegen 3 uur loop ik weer naar buiten en zie dat ze net aangekomen
zijn. Aangekomen?? Afgevallen zal je bedoelen.
Ik geef ze een hand en zie een groep vermagerde, stoffige, vermoeide
mannen.
Dré